Missie, Visie en Strategie
De Advocaten
Honorarium en Voorwaarden
Maatschappelijk ondernemen
Historie
Nieuws
Het Nederlandse arbeidsrecht kent als de meest voorkomende wijzen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst 1) de beëindiging van rechtswege (contract voor bepaalde tijd), 2) de beëindiging met wederzijds goedvinden, en 3) ontslag.
Voor ontslag heeft de werkgever de keuze tussen opzegging – waarvoor voorafgaande toestemming (ontslagvergunning) moet worden gevraagd aan het UWV Werkbedrijf (voorheen CWI) – of een ontbindingsverzoek aan de kantonrechter wegens gewichtige redenen. Die keuze, voor óf de ontslagvergunning óf de ontbinding, hangt af van een aantal factoren, zoals van de duur van de ene procedure ten opzichte van de andere, van de lengte van de opzegtermijn, van het al of niet bestaan van een opzegverbod, maar vooral van de mogelijke vergoeding.
Vooral bij langdurige dienstverbanden, wordt door de werkgever vaak gekozen voor het aanvragen van een ontslagvergunning en niet voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter, omdat in dat laatste geval de kantonrechter meestal een ontslagvergoeding toekent aan de werknemer. Aan de ontslagvergunning kan echter geen voorwaarde tot betaling van een vergoeding worden verbonden en in eerste instantie kost het de werkgever dus niets. In dat geval is de ontslagen werknemer voor een vergoeding aangewezen op de ‘kennelijk onredelijk ontslag’ procedure, op grond waarvan de kantonrechter de ontslagen werknemer alsnog een schadevergoeding kan toewijzen. De afloop van een dergelijke procedure is meestal ongewis en bovendien per regio verschillend. Vaak is onduidelijk waarom in een bepaalde zaak de ‘kennelijk onredelijkheid’ wel is aangenomen en in een andere, vergelijkbare zaak, niet. Dat leidt al jaren tot grote verschillen tussen de beide ontslagprocedures en al jaren wordt de wetgever gevraagd om in te grijpen om hier een oplossing voor te creëren, maar tot nu toe tevergeefs.
Bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter wordt voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding sinds jaren gebruik gemaakt van de door de Kring van Kantonrechters opgestelde en landelijk als richtlijn gehanteerde kantonrechtersformule, ook wel de AxBxC-formule, waarbij A staat voor het aantal ‘gewogen’ dienstjaren, B voor de beloning en C voor correctiefactor. Het ontwikkelen van deze formule heeft tot grote uniformiteit en duidelijkheid geleid. Door een aantal recente arresten lijkt het er nu op dat gerechtshoven het initiatief hebben genomen tot het ontwikkelen van een formule die is afgeleid van de kantonrechtersformule, en die speciaal geldt voor de ‘kennelijk onredelijk ontslag’ procedure.
Het Hof Den Haag is daarmee begonnen en heeft in het najaar van 2008 een 7-tal arresten gewezen in verschillende zaken (de zgn ‘oktober-arresten’), waarbij het Hof in al die zaken de kantonrechtersformule als uitgangspunt neemt en overweegt dat een ontslag (veelal) als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd als niet ten minste een vergoeding is aangeboden die berekend is op basis van de kantonrechtersformule, verminderd met 30%.
Vervolgens zijn de hoven van Den Bosch en Amsterdam op 7 juli van dit jaar met een aantal uitspraken gekomen, waarbij de zogenaamde XYZ-formule wordt geïntroduceerd. Eerst moet aan de hand van een aantal met name genoemde omstandigheden worden beoordeeld of er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag (zoals noodzaak voor de beëindiging, wijze van functioneren, financiële positie werkgever, inspanningen voor het vinden van ander werk, financiële gevolgen van de opzegging, getroffen voorzieningen en financiële compensatie). Als de rechter oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk was, behoort een schadevergoeding te worden toegekend volgens de formule X x Y x Z, waarbij X staat voor het aantal gewogen dienstjaren, Y voor beloning en Z voor correctiefactor, waarbij Z = 0,5 het uitgangspunt is. Alleen in bijzondere gevallen kan deze Z-factor hoger uitvallen.
De vraag is of deze beide Hofformules uiteindelijk zullen leiden tot één en dezelfde formule en tot landelijke toepassing, of dat eerst ook andere hoven nog met een eigen formule zullen komen, waardoor de rechtsongelijkheid voorlopig nog blijft bestaan. Voorlopig lijkt het er op dat het voor de werknemer gunstiger is om in Den Haag te worden ontslagen dan in Amsterdam of in Den Bosch.